Presentatie
Hoe ziet een goede PowerPoint-presentatie eruit?
Een PowerPoint presentatie ondersteunt je verhaal.
Dat wil dus zeggen dat het je presentatie beter en leuker maakt. Het is
dus geen presentatie op zich. Je moet er bij blijven vertellen.
Het voordeel van een mooie PowerPoint presentatie is
dat het interessanter is voor je publiek en het is vaak ook
duidelijker. Zo maken een paar leuke plaatjes (die misschien zelfs
bewegen) een presentatie veel leuker om naar te kijken, dan wanneer
iemand alleen een verhaal vertelt. En als je een paar trefwoorden of
zinnen toevoegt is het voor het publiek een stuk duidelijker waar de
presentatie over gaat.
Hieronder vindt je een voorbeeld van een presentatie. Als je er zelf eentje maakt moet je je aan een paar basisregels houden.
1. Zorg dat het leuk is om naar te kijken. Dus zorg
voor een mooie achtergrond, een paar leuke plaatjes en een goede
lay-out. Een paar regels tekst op een witte achtergrond is dus niet erg
leuk om naar te kijken.
2. Zet niet teveel tekst op de dia's. Hoe meer tekst,
hoe minder interessant. Er kunnen dan twee dingen gebeuren. Of de
mensen luisteren niet meer naar jouw verhaal omdat ze de tekst aan het
lezen zijn, of ze kijken niet meer naar de presentatie omdat het teveel
werk is om te lezen. In beide gevallen ben je dus de aandacht van je
publiek kwijt. En dat terwijl de bedoeling van PowerPoint juist is dat
luisteraars meer aandacht bij de presentatie hebben! Dus zorg voor een
paar trefwoorden of korte zinnen en niet meer. (in de presentatie zie
je een voorbeeldje van een dia met te veel tekst. Je ziet direct dat
dat niet werkt) (bron: http://website.wlg.nl) |
|
Presenteren
Of
je nu een tentamen doet of een presentatie houdt, zenuwen horen erbij.
Denk jij dat anderen altijd veel minder last hebben van zenuwen dan
jij? Geloof het maar niet, dat is schijn, tenzij je last hebt van
faalangst. Mensen met faalangst vormen een uitzondering. Zenuwen spelen
een grote rol bij belangrijke gebeurtenissen. Dat is goed, want
zenuwachtig zijn betekent dat je alert bent. Het verwijst naar een
optimaal spanningsniveau om een goede prestatie neer te zetten. Als je
niet zenuwachtig zou zijn, maar juist super relaxt, dan zou je
waarschijnlijk dingen vergeten of maar slordig uitvoeren. Er is alleen
sprake van te veel zenuwen, als zenuwen je blokkeren. Je klapt op een
onverwacht moment dicht en kunt niet meer doen, wat je van plan was en
wat je normaal ook wel zou kunnen. Als dat vaker voorkomt in
verschillende situaties dan zou je wel eens last kunnen hebben van
faalangst.
De doorsnee
student is zenuwachtig voor een grote prestatie (tentamen of
voordracht), maar een buitenstaander kan dat vaak niet zo goed zien.
Bovendien verdwijnen die zenuwen vaak als sneeuw voor de zon, zodra de
eerste zinnen zijn uitgesproken.
Tips voor een goede presentatie
Wat moet je doen om een goede presentatie te houden? Hieronder volgen zeven stappen:
- Bepaal de context
van je presentatie. Geef je een voordracht in het kader van een project
of is het je afstudeerpraatje? Of houd je een lezing voor leerlingen
van je school? Waar houd je de presentatie en welke hulpmiddelen staan
je ter beschikking? Heb je de beschikking over een bord, een
overheadprojector of een computer met mogelijkheden voor een diashow?
- Bepaal het onderwerp van je presentatie en het doel.
Wil je mensen informeren of wil je hen van iets overtuigen? Als je
mensen wil overtuigen zijn argumenten en de opbouw van de argumenten
belangrijk. Of wil je dat mensen na een korte inleiding gaan
discussiëren? Wil je het publiek nieuwsgierig maken naar je verslag of
wil je hen alles vertellen zodat ze je verslag niet meer hoeven te
lezen?
- Bepaal
je doelgroep. Wie is je publiek? Zijn het docenten of medestudenten of
zijn experts uit het vakgebied? Het maakt nogal verschil of je een
presentatie geeft voor werknemers van je stageplaats of medestudenten.
- Bepaal de kernpunten en de opbouw
van je betoog. Zorg dat het geheel een logische structuur heeft en niet
als los zand aan elkaar zit. Over het algemeen is een presentatie
opgebouwd uit:
- Een kop.
Hierin wordt de presentatie geopend met een leuke anekdote of een
citaat, waarin de kern van het onderwerp wordt aangegeven. Verder wordt
verwezen naar het doel van de voordracht (informeren, discussiëren,
overtuigen en dergelijke). De kop dient ook om het publiek te
motiveren. Dat doe je door aan te geven welk belang het publiek heeft
bij deze informatie of deze discussie. In de kop kun je ook een kort
overzicht geven van de hoofdpunten die je gaat behandelen.
- De kern.
Deze omvat drie tot vijf punten in een logische volgorde. Het is beter
om een paar kernpunten goed uit te werken, dan veel kernpunten
oppervlakkig te behandelen. In het laatste geval wordt de presentatie
een soort snelle opsomming. Het publiek zal dan snel afhaken, omdat het
de aandacht er niet bij kan houden. Wanneer kernpunten goed uitgewerkt
worden, is het makkelijker om het publiek te blijven boeien. Kernpunten
goed uitwerken impliceert begrippen toelichten, stellingen verkondigen
en van argumenten voorzien, voorbeelden geven, illustraties toevoegen
en eventueel cijfermateriaal geven om het geheel te ondersteunen.
- Een staart.
Die omvat een samenvatting van het betoog, of te wel de rode draad met
de conclusies en eventuele aanbevelingen. Een blik op de toekomst doet
het ook altijd goed als afsluiter. Wil je een discussie dan kun je het
geheel afsluiten met provocerende stelling of een activerende vraag.
Eindig nooit met een cliché als: 'Hebt u nog vragen?' Als je wilt dat
het publiek niets vraagt, moet je dat doen. Het publiek interpreteert
zo'n cliché namelijk als een afsluiting en niet als een uitnodiging om
een mening of commentaar te geven.
5. Optimaliseer de kans op aandacht door de keuze van een goede invalshoek.
Ga na waar de belangstelling van je publiek naar uitgaat. Misschien kun
je een voorgesprek hebben met iemand die representatief is voor je
publiek of die het publiek goed kent.
6. Ontwerp een pakkende inleiding en leuke afsluiting. Dit maakt je verhaal levendig.
Begin bijvoorbeeld met een aardige anekdote uit je eigen ervaring of
gebaseerd op iets wat je in de krant hebt gelezen. Zorg er wel voor dat
de anekdote de kern van je verhaal onderstreept, anders werkt het
averechts. Illustraties of een cartoon kunnen je verhaal ook leuker
maken, maar gebruik ze op gepaste momenten en overdrijf niet.
- Maak de hulpmiddelen klaar, zoals spreekschema, sheets, diashow, hand-outs, boeken en dergelijke.
Een
spreekschema is een minimaal uitgeschreven versie van je lezing.
Schrijf nooit een presentatie helemaal uit, want dan bestaat het gevaar
dat je gaat voorlezen. Niets is zo saai als het luisteren naar een
voorgelezen verhaal. Ook een van buiten geleerd letterlijk verhaal is
vaak slaapverwekkend. Schrijftaal is namelijk iets heel anders dan
gesproken taal. In een lezing mag je best eens 'uh, …' zeggen. Het is
helemaal niet erg om te aarzelen of iets niet te weten. In de ogen van
je publiek word je daar meer mens van. Zorg ook dat je verstaanbaar
bent. Als je het niet zeker weet, controleer dat dan even door het
publiek achter in de zaal te vragen of je verstaanbaar bent.
Een
spreekschema is een velletje papier waarop je de beginzin en de eindzin
volledig uitschrijft. Verder staan er een paar tussenzinnen en wel op
punten, waar je moeilijkheden verwacht. Voor het overige volsta je in
een spreekschema met trefwoorden, die dienen als geheugensteuntje. Als
je zo'n trefwoord ziet, weet je wel ongeveer wat je zeggen moet. Verder
kun je op je spreekschema details vermelden, die moeilijk te onthouden
zijn, zoals data of cijfers. Tot slot kun je nog aanwijzingen voor
jezelf noteren, zoals: 'hier rustig praten' of 'hier het publiek even
aankijken' of 'hier een vraag stellen', 'nu sheet vijf laten zien' en
dergelijke. Wanneer je erg gebonden bent aan de tijd, omdat je
presentatie bijvoorbeeld niet langer dan 20 minuten mag duren, kun je
op je spreekschema de tijd noteren. Mocht je tijdens de echte
presentatie merken dat je er langer over doet, dan kun je delen
schrappen. Voor een echt belangrijke presentatie kun je een
proefpresentatie houden voor vrienden of bekenden. Dat is een aardige
manier om feedback te krijgen en een inschatting te maken van de tijd.
|
|
| Audiovisuele hulpmiddelen kunnen je presentatie ondersteunen. Je
kunt hierbij denken aan een video, een overheadprojector of aan het
gebruik van powerpoint. Vooral als je opsommingen geeft, kan een
gepresenteerde lijst ondersteunend werken. Maar schrijf nooit te veel
op en ga zeker niet je hele presentatie projecteren op een scherm. Dat
leidt alleen maar de aandacht af en je kunt je afvragen of je dan niet
net zo goed de hele tekst in ieders postvakje kunt stoppen…
Zorg er in elk geval voor dat je je náást het scherm opstelt, zodat
iedereen het goed kan zien. Gebruik een aanwijsstokje om punten aan te
wijzen en niet je vingers, want dan sta je zelf te veel voor het scherm. |